18 september, 2018

Grateful Norwegians

Norway has been one of the happiest countries in the world for years now. Makes perfectly sense, one could think. Plenty of green space, many Tesla's, lots of oil. Not too much stress, a low national debt and few traffic jams. In short, the Norwegians bathe in inexhaustible material wealth and crystal clear fjords, which they share with only 5.3 million people.

But there is more to it. I think their gratitude, which they exercise on a daily basis, plays a key role in their happiness. I'm not talking about gratitude for the many items they buy. No, in that sense the Norwegian oil money rolls without much ado. The Norwegians are particularly grateful for experiences they share with others. These experiences are sometimes special, but usually quite ordinary.

For example: last weekend, you drank a coffee with someone in Oslo and you meet him/her again in the city by chance. This encounter will probably start with the greeting 'takk for sist', which literally means 'thanks for the last time'.
 
The first time I heard that, I didn't know what was happening. My wife and I met close couple friends for the second time that month. Henrik, the husband of my wife's best friend, held out his hand and said 'takk for sist'.

"Yeah yeah, sure," I thought to myself, gave him a sheepish half-smile and shook his hand. 
"Takk, i like måte (thank you, likewise)," my wife replied and gave Henrik a hug.

We had some small talk for a couple of minutes, until we said goodbye. The other couple had only left for five seconds when my wife snapped at me: "Why were you not polite to Henrik?" He thanked you for last weekend's coffee and you were just grinning like a fool".

"I thought he was laughing with my face, or that I had said something wrong last time," I stammered. 
"Stop second-guessing people all the time. In Norway we are simply genuinely kind to each other," said my wife. 
"Naive, you mean," I murmured.

But every time now I hear 'takk for sist', I actually see a small sparkle in the eyes of the grateful Norwegian. Like a star that illuminates the presumed unimportant past. "It was fun last time and I'm glad to see you again." That's what it actually means. Those who utter these three little words, provide priceless oxygen for the relationship of trust.

The Norwegians are getting drilled with this gratefulness from childhood. Nobody leaves the dining table without having said 'takk for maten' (thank you for the food). A day in the nursery always ends with 'takk for idag' (thank you for today). An exciting match on the tennis court? 'Takk for en fin kamp'.

So much gratitude ... Do the descendants of the Vikings really mean all of that? It is hard to believe for this cynical Fleming, who often wonders what the Norwegians are so grateful for. The half an hour of sunlight during a whole winter? The national football team that wins against Cyprus? A tepid beer for 9 euro?

Yes, the Norwegians are really grateful for nothing special. And that way everything becomes a bit more special again. Where gratitude is the people's exchange course, the Gross National Happiness goes sky-high. In such a country, everyone and everything has an added value.
 

28 augustus, 2018

Vliegangst

De leefwereld van Magnus strekt zich voorlopig uit van Tenerife in het Zuiden tot Oslo in het Noorden. Al denk ik dat hij 's nachts ook wel eens de hel bezoekt, afgaande op zijn huilbuien. 

Die beperkte reisdiameter heeft z'n redenen. Sinds mijn zoon geboren is, lijd ik aan vliegangst. Niet om te vliegen, maar wel om met hém te vliegen. Het ongemak is simpelweg te groot. 

Zoals gisteren op onze Brussels Airlines-vlucht huiswaarts. Nadat we de veiligheidscontrole doorstaan hadden, dacht ik dat het ergste voorbij was. Mijn zweetschoenen niet moeten uitdoen, met de glimlach uitgelegd dat het melkpoeder geen cocaïne is en mijn riem net op tijd van de hals van Magnus gehaald.

Tot we aan de gate komen, Magnus plots in een enorme hongerkramp schiet en de hele vlucht beseft dat er een peuter mee aan boord komt. Weg sfeer, denken ze van business tot check & go. Plots droomt niemand nog van zijn zomerhutje aan de fjord. Niemand maakt zich nog zorgen waar hij zijn handbagage kwijt zal geraken. 

Iédereen staart mij en mijn kind aan, met een blik vol verwijten alsof je hun hele leven verwoest hebt. Behalve die andere prille ouders. Zij halen opgelucht adem. Er zitten nog andere rotkinderen op het vliegtuig. 

Om de reistijd zo kort mogelijk te houden en omdat Magnus er doorgaans in slaagt om zijn sluitspier in gang te duwen bij het openen van de gate, boarden we als een van de laatsten. 

Van voor naar achter en van links naar rechts zie je dezelfde blik wanneer ik met een jengelende Magnus het smalle gangpad betreed: "God, toch niet naast mij."

"God, dus wel naast mij. Ik heb godverdomme altijd pech, waarom zit ik nooit eens naast een Noors topmodel?" denkt de zakenman naast wie ik net halt gehouden heb. Hij wurmt zicht met een diepe zucht uit zijn zitje.
 
"Wees wat minder gierig en boek een Business Class-ticket," denk ik, net voordat ik met mijn hoofd tegen de bagageruimte knal en Magnus net niet laat vallen. Hij was net gestopt met wenen, maar krijst opnieuw de hele Boeing bijeen.

Als plichtsbewuste vader had ik een plaats aan het raam geboekt, zodat mijn vrouw makkelijk met Magnus kon slapen. Stijf van de stress overhandig ik onze grote liefde & trots aan mijn vrouw en plof ik neer op de plaats in het midden.  

Ik kijk rond en zie de twintigers hun oortjes insteken. Zij weten nog niet dat Magnus door merg, been en noise cancelling koptelefoons jankt. De dertigers en veertigers speuren naar een leeg zitje ver weg. De senioren lonken met een minzame blik naar ons geluk. En draaien de volumeknop van hun hoorapparaat naar beneden. "Dit wordt een lange vlucht," hoor ik achter mij.

Ik buk me en haal de dvd-speler uit de handtas van mijn vrouw. "Wat doe je nu?" vraagt ze. "We hadden toch afgesproken om het zo lang mogelijk zonder te proberen?"
"De mensen worden al lastig, schat," zeg ik. "Ik denk dat het voor iedereen beter is als we hem gewoon zijn goesting geven."

Zijn goesting, dat is zijn grote tekenfilmheld Brandweerman Sam in een compilatie van zijn beste reddingsoperaties. Wanneer de begintune weerklinkt, stopt Magnus met snikken. Hij staart roerloos naar het scherm. Een heilige stilte. Zelfs de druk op zijn trommelvliesjes bij het opstijgen breekt de betovering niet. Onze buren hervatten hun gesprekken op zachte toon. Ik sluit m'n ogen en val in slaap.

Tot een half uur later mijn vrouw me wakker schudt: "Ik denk dat Magnus kaka heeft gedaan. Het is jouw beurt." 
"Hij is godverdomme juist geweest. Kunnen we niet wachten tot als we geland zijn?" vraag ik geïrriteerd. 
"Stop met te vloeken en zoek een pamper in onze koffer. Ik ben vergeten ze eruit te halen," antwoordt mijn vrouw.

Gegeneerd kijk ik naar de zakenman naast mij, die beseft dat hij recht moest staan. Ik worstel me naar het gangpad, sta recht, bonk met mijn hoofd tegen de bagageruimte en open deze met een vuurrode kop. Het kostuumjasje van de zakenman valt eruit, wat een stevige zucht bij hem ontlokt. Gelukkig vind ik vrij snel de zak pampers en buk me om Magnus mee te nemen.

Die had echter niet gerekend op een vervroegd afscheid van Brandweerman Sam en zet zijn keel wagenwijd open. "Welke deftige vader kan zijn kind nu geen twee seconden stil krijgen?" hoor ik achter mij. "Deze waardeloze vader," bijt ik de zakenman toe, terwijl ik Magnus stevig vastgrijp en met grote passen richting toilet loop.

Gefascineerd door het kleine kamertje blijft Magnus gelukkig rustig liggen wanneer ik zijn broekje uitdoe en zijn body losmaak. "Flinke jongen," lach ik hem toe. "En ook niet te veel in jouw broek gedaan, daar is papa blij om." Maar plots begint het vliegtuig stevig te schudden. Ik grijp Magnus vast, waardoor ik met mijn rechterelleboog in zijn open luier beland.

Altijd al gedroomd om als gloednieuw lid van de Miles High Club met een voldane glimlach en de bijbehorende lippenstift- en andere vlekken terug naar mijn plaats te schrijden. Bij voorkeur na een wilde stoeipartij met een platinablonde stewardess van Scandinavian Airlines, waarbij de piloot het turbulentiesignaal moest activeren.

Op mijn 33ste blijkt een bruine strontvlek van mijn zoon op mijn nagelwit hemd en een standje van een kalende Brussels Airlines-steward omdat ik het turbulentiesignaal negeerde, het hoogst haalbare. 30.000 voet in de lucht. Met beide benen op de grond.

Wanneer ik Magnus opnieuw aan mijn vrouw overhandig, vraag ik haar of ze van het uitzicht genoten heeft. 
"De batterij van de dvd-speler is plat. We zullen hem nog een uurtje moeten entertainen," antwoordt ze. "Heb je hem trouwens wel goed ververst? Ik ruik nog steeds kaka."
"Dat is mijn elleboog die in de stront van jouw zoon beland is. En als jullie mij nu niet met rust laten, dan zal ik me eens erg breed maken," grom ik.

Nadat Magnus vijf keer achter elkaar naar Brandweer Sam gevraagd heeft maar zijn held niet is komen opdagen, begint hij te roepen. Nog maar eens. Ik buk me en probeer de iPad in de handtas van mijn vrouw terug te vinden.

"Wat doe je nu weer?" vraagt ze. "We kunnen vanuit flight mode toch geen filmjes bekijken."
"Fuck flight mode. Neerstorten lijkt me minder erg dan zijn gezaag nog een half uur te moeten ondergaan. En het kan me geen reet schelen wat de oogarts zegt. Een uurtje meer of minder schermtijd zal het verschil niet maken," zeg ik. 

"Doe eens even normaal." zegt mijn vrouw. "Kijk Magnus, wat een mooie hemel," zegt ze, terwijl ze uit het venstertje wijst. Magnus staart met een blik vol verwondering uit het venster. Muisstil.
"Zijn moeder krijgt hem tenminste wel rustig," hoor ik achter mij. Verweesd kijk ik mee naar buiten en zie ik honderden witte Melo-cakes badend in een roze gloed. Jammer dat het raam niet open kan. Ik was er al lang uitgesprongen.

De kalende steward maakt van de rust gebruik om Magnus een klein plastic Brussels Airlines-vliegtuigje te geven. "Nu nog? Net voor de landing? En ja, beloon hem maar voor zijn voorbeeldig gedrag," zeg ik. De zakenman naast mij zucht nogmaals en schudt zijn krant strak.

"Klagen mag ook al niet meer van mijnheer?" zeg ik. "Ik wil al lang naar Bali of Australië. Maar een maand paradijs weegt niet op tegen 2x24uur de hel. Ik kan niet langer dan 4 uur aan een stuk vliegen. Reizen kan ook in je hoofd, zeggen ze dan. Jammer dat mijn verbeelding dezer dagen beperkt blijft tot de kazerne van Brandweerman Sam."

"Brandschoon is het daar alvast niet," zegt de steward, terwijl hij een kotszakje neemt en mijn elleboog van mijn leuning duwt. 
"Prille vaders op een vliegtuig. Ze denken dat de wereld rond hen draait," knipoogt hij naar de zakenman.

21 augustus, 2018

Lokale kroegentocht

Andere Zuid-Europese immigranten hadden me gewaarschuwd. De hoge alcoholprijzen maken van de weg naar het Walhalla een barre en nuchtere bedoening in Noorwegen. Een pintje op café na het werk? Vergeet het.

Enkel de high potentials die hun dure pakken verslijten in prestigieuze advocatenkantoren en internationale consultancybedrijven, besteden hun toploon wel eens aan enkele vrijdagsbiertjes in de hoofdstedelijke havenbars op Aker Brygge. Weinigen durven te breken met de heilige regel om stante pede terug naar huis te keren.

Noren halen uit andere dingen hun plezier. Appelsientjes eten op de langlaufpiste, kaarsjes aansteken en Tesla's kopen. Zo nu en dan vinden ze toch een gelegenheid om buitenhuis te drinken. 

Zoals de aankomst van deze Vlaming, de enige in het dorp. Om de integratie in de buurt te bevorderen, nodigden drie andere prille vaders me uit voor een lokale kroegentocht.

Maar Heggedal beperkt zich net zoals elk ander Noors dorp tot een koffiebar, een kapper en een sushirestaurant. We moesten 10 kilometer verder naar Asker, een voorstad van Oslo.

Jammer genoeg bood er zich geen BOB aan. Ongetwijfeld wilde niemand nuchter zijn tijdens de ongemakkelijke stiltes wanneer deze buitenlander weer eens een grap niet zou begrijpen.

Nochtans zijn alcoholcontroles in Noorwegen even schaars als het aantal verkeersdoden. Maar door de strenge nultolerantie voor alcohol op de weg, riskeert niemand de cel voor een overprijsd biertje. Ook mijn nieuwe beste vrienden niet.

De trein dan maar, die op enkele minuten fietsen halte hield. Vier dertigers daalden hun berg af, op zoek naar zaterdagavondvertier. In matrozenpulls, beschermd door fietshelmen en met een opgeladen elektrische batterij. Get Ready 20 jaar later. Na de coming out en de Ethiopische kindadopties.

Drie treinstops later stapten we uit in Asker. Onze eerste kroeg werd een gloednieuwe sports bar waar 7 HD-tvschermen en evenveel senioren ons roerloos opwachtten. Enkel een besnorde zestiger in een jeansvest tokkelde nerveus op tafel en riep "Komop, komop, komop!"

De broers Ingebrigtsen - de Borlées van Noorwegen - liepen hun 5000m op het EK atletiek. Op het ene scherm al wat sneller dan op het andere. 

Omdat rondjes ook buiten Oslo peperduur zijn, bestelden we allen apart aan de toog. Terwijl ik om een simpele pint vroeg, spurtten twee van de drie broers als eersten over de meet. Goud en zilver voor Noorwegen.

De man met de snor brulde "Ja, ik heb gewonnen! 1000 kronen! Hoera voor Noorwegen!" Hij ging op jacht naar high fives met zijn linkerhand, omdat hij zijn rechterarm verloren had. 

Ik wilde zijn aandoenlijk eenarmig enthousiasme beantwoorden met mijn eerste Noorse high five. Maar met een pint in mijn rechterhand moest ik me helemaal strekken om zijn linkerhand te bereiken, waardoor ik mijn evenwicht op de barkruk verloor en m'n halve liter liet vallen.

"Godverdomme, 9 euro recht de vuilbak in. De gehandicapten kosten ook hier de samenleving handenvol geld," probeerde ik mijn gezichtsverlies met een kwinkslag te beperken. 

Mijn nieuwe beste vrienden staarden me allen met een holle blik aan. "Hey Yannick, in plaats van onze zwakkeren belachelijk te maken, bekijk deze lijst met Belgische bieren en haal er de lekkerste blonde uit," zei Anders.

Ik nam de kaart en zag enkel onbekende namen. "Deze bieren ken ik jammer genoeg niet," zei ik. "Dit zijn allemaal trappisten, daar ben ik geen grote fan van."

"Komaan, jij komt toch uit België?" vroeg Anders verbaasd.
"Wij hebben één wereldbekende pedofiel in België. Moet ik daarom alle pedofielen bij naam kennen?" beet ik van me af.

"Howoow, Yannick heeft nood aan wat Noors vrouwenvolk," lachte Vidar. "Laten we na dit rondje meteen naar The Forrester gaan, daar zit hopelijk wat jonger geschut."

"De Ringnes staat hier aan 2,5 kronen/cl. Dat is 0,6 kronen duurder dan in de andere bar," stelde Anders op de prijslijst van onze tweede kroeg vast.

"Maar waar voor ons geld krijgen we hier ook niet," zei ik, terwijl ik het halflege terras afspeurde.
"Enkel Oslo zal goed genoeg zijn voor onze Belgische city boy," grijnsde Vidar.

De tweede pint van de avond moest soelaas bieden. 
Helaas. Mijn Noors bleef te beperkt om de nuances van de gesprekken te vatten. Het terrasjesweer hield zich aan een strikte avondklok. En de vrouwen bleven even middelmatig. Ik had me iets anders voorgesteld bij een lokale kroegentocht.

"Volgende keer Oslo?" vroeg ik bibberend in een poging toekomstplannen te maken met mijn nieuwbakken crew. 

"Laten we die avond vooraf uittekenen," zei Anders. "In sommige wijken durven ze 3,6 kronen/cl vragen, kreeg ik net doorgesms't. Dan is bij mij de dorst al snel over."

"Ik denk dat ik stilaan aan de diesel begin. Die staat hier op 0,126 kronen/cl," zei ik.
De Noren keken elkaar aan en zochten in hun horloges een uitweg voor het ongemak. 
"Kwart voor elf. Laten we doorgaan, de bar sluit hier toch zo meteen," zei Thor.

Het Walhalla. Is het nog ver?

11 augustus, 2018

Gewenningsdagen op de Vikinggrond

Een nieuw land, een nieuwe crèche voor mijn 2-jarige zoon Magnus. Vorige maandag opende ik met aan de ene hand zoonlief en in de andere hand een minirugzak van Fjällräven gevuld met een frisse portie goede moed en een pet tegen de zon, de toegangspoort van 'Vikingjordet'. Dat betekent 'Vikinggrond', wat als een trainingskamp voor Noorse neo-nazi's klinkt.

De sfeer bij aankomst was niettemin erg vredevol. Vier volwassenen bekommerden zich in open lucht om een tiental peuters, die gezapig fietsten, voetbalden en op de Vikingscheepjes klauterden. Het verschil in decibels met een Belgische crèche, waar één volwassene negen schreeuwende baby's in een klein, doorleefd lokaal probeert te bedwingen, was direct hoorbaar. De Vikinggrond is geen voedingsbodem voor toekomstige aanstokers van gevangenisopstanden in Vorst.

Een steviggebouwde, maar vriendelijk ogende vrouw kwam ons begroeten. "Jullie moeten Ingrid & Yannick zijn," zei ze. "Ik ben Heidi, de verantwoordelijke van Vikingjordet." "En dit is ongetwijfeld Magnus," zei Heidi, terwijl ze hem over zijn witblond kopje aaide. "Kom even mee, dan toon ik jullie de kleedkamer en de eetruimte. De kleintjes zitten trouwens even binnen."

In de knusse kleedkamer hingen een twintigtal kapstokjes met groene, blauwe en rode regenjasjes en daarboven fotootjes van blanke, donkere en minder donkere kindjes. De nieuwe speelkameraadjes van Magnus heetten onder meer Haakon, Lise en Nasir. In de speelruimte maakten we meteen kennis met Nasir, die een geelrode dinosaurus in alle richtingen kantelde.

"Zet jullie maar op de grond, zo zijn we meteen het dichtst bij de leefwereld van onze kleine mensjes hier," zei Heidi. "Maar doe alsjeblief eerst jouw schoenen uit, zo doen we dat hier in Noorwegen," knipoogde ze naar mij.

Al snel kwam Nasir naar mij gewaggeld en overhandigde hij me zijn dinosaurus. "Nasir is erg sociaal, dat heeft hij ongetwijfeld van thuisuit meegekregen," lachte Heidi. "Dat zie ik," antwoordde ik met een krampachtig lachje, waarop ik de dinosaurus met een brulgeluid net niet in Nasirs linkeroogje plantte.

Nasir begon meteen te huilen. "Oei, dat lijkt me het signaal om te vertrekken," knipoogde ik naar Heidi. "Ik betaal godverdomme geen 3100 Noorse kronen per maand om hier op mijn kousen met een wildvreemde bleiter Jurassic Park na te spelen," siste ik tegen mijn vrouw.

"Alle psychologen raden aan om de eerste dag een uurtje te blijven," antwoordde Heidi. "Zo begrijpt Magnus dat dit geen eenmalig bezoekje is. Vele buitenlandse ouders denken dat 3100 kronen per maand hen een vrijgeleide oplevert om hun kind hier zomaar hele werkdagen te dumpen."
"Natuurlijk denk ik dat niet," stamelde ik.

"Het is een hele schok voor het kind wanneer je hem of haar uit zijn dagdagelijkse omgeving weghaalt en tussen alleen maar nieuwe mensen plaatst. Daarom geloven we sterk in het nut van enkele kortere inloopdagen, die de overgang moeten vergemakkelijken," zei Heidi.
"De overgang heeft bij juffrouw Heidi duidelijk zijn sporen nagelaten," fluisterde ik tegen Magnus.

Daar zat ik dan. De brute kennismaking met het concept 'tilvenning', oftewel 'gewenning'. Nog een oneinding lang half uur omringd door jengelbaby's en vechtende zebra's en olifanten. Het derde seizoen van Peaky Blinders moet tot vanavond wachten. Als Magnus dan eens wil doorslapen. "Wat een hopeloos gepamper hier," rolde ik met mijn ogen richting mijn vrouw.

Dag 2 verliep volgens hetzelfde stramien, wat ik probleemloos aanvaardde. Maar toen ik op dag 3 na een half uurtje aanstalten maakte om te vertrekken, hield Heidi me tegen: "Magnus is nog niet klaar, dat zie je toch? Het is belangrijk dat we zijn welbevinden centraal plaatsen."

Ik hield het niet meer. "En wat met MIJN welbevinden?" riep ik. "Ik zit hier al een maand IKEA-treinsporen aan elkaar te koppelen, waterballonnen dicht te knopen en schommels in gang te duwen. En dat tijdens de warmste zomer ooit in Noorwegen. Mijn geduld is op. Ik zie mijn kind graag, maar wat tijd zonder mij zal hem alleen maar helpen in zijn ontwikkeling."
"Wel, laten we morgen beginnen met een half uurtje zonder ouders," antwoordde Heidi.

Zoals beloofd, namen we op dag 4 na een kwartiertje afscheid van Magnus. "Perfect, dan gaan we even inkopen doen," zei ik opgewekt. "Dat kan deze namiddag ook nog," lachte Heidi. "De koffie in de personeelsruimte boven staat klaar. Van daaruit kunnen jullie Magnus perfect in het oog houden. Als hij te intens zou wenen, roep ik jullie."

"Wat een fantastisch land toch. 10 euro voor een pint, een snelheidslimiet van 80 en kinderen mogen niet wenen. Hier worden we zeker gelukkig," rolde ik met mijn ogen naar mijn vrouw.

Overtuigd dat Magnus het wel alleen zou redden, nestelde ik me met een koffie en de weekendbijlage van Aftenposten in de zetel van de personeelsruimte. Plots hoorde ik Magnus huilen. "Godverdomme, wat is daar aan de hand," gromde ik, terwijl ik naar het raam liep.

Magnus stond druk te wijzen naar Nasir, die verbouwereerd een bal in beide handjes vasthield. Ik stormde naar beneden en omhelsde een snikkende Magnus.

"Ik begrijp dat je bezorgd bent, maar je moet Magnus zijn ruimte laten," zei Heidi, die al naast ons stond. "Hoe wij - en vooral - jullie die ruimte zien, kunnen we tijdens ons evaluatiegesprek bespreken."

Een evaluatiegesprek? Het angstzweet brak me uit. Zal ik als ouder geëvalueerd worden? De Noorse staat deinst er niet voor terug om kinderen weg te halen bij slechte ouders. Met de kop tussen de schouders keerde ik terug naar mijn vrouw, die nog steeds in de personeelsruimte zat te wachten.

Zij stelde me echter meteen gerust: "Het wordt gewoon een goed gesprek over hoe wij en Magnus de gewenningsdagen beleefd hebben." "Moet ik eerlijk zijn," lachte ik. "Liever niet," antwoordde Ingrid zonder een spier te vertrekken.

Na een succesvolle vijfde voormiddag, waarin Magnus speelde, at én sliep alsof hij al jaaaren op de Vikinggrond leefde, volgde het aangekondigde evaluatiegesprek. Om niet te moeten liegen, besloot ik om mijn mond te houden. Dat lukte wonderwel goed, tot de slotvraag kwam.

"Wat verwachten jullie van ons," vroeg Heidi, terwijl ze haar papieren op tafel recht klopte.
"Ghoh, niet al te veel," antwoordde ik. "Dat jullie hem uit de criminaliteit en snuff movies houden. Ik weet dat dat laatste veel geld oplevert, maar jullie hebben toch ook zelf kinderen, nee?" Mijn vrouw plantte haar elleboog keihard in mijn zij.

"Excuus, in België hanteren we een ander soort humor. Ik hoop vooral dat Magnus elke ochtend met plezier naar hier zal komen. Dan kunnen we van een succes spreken," probeerde ik me krampachtig te corrigeren.
"Daar ben ik het absoluut mee eens," stelde Heidi. "Het is vooral belangrijk dat Magnus zich hier amuseert. Leren komt later wel."
"Zolang hij maar niet achterlijk wordt," dacht ik bij mezelf.

02 januari, 2018

Vanderveeren: "Verhuis vrouw en kind naar Noorwegen in onderling overleg"

Sinds de Viking Vanderveerens enkele weken geleden hun huis in Mechelen verkochten, gonst het van de geruchten dat zij Vlaanderen verlaten. Kwatongen beweren zelfs dat Ingrid en Magnus uit eigen beweging naar Noorwegen trekken en Yannick alleen achterlaten. Het gezin wil komaf maken met alle speculaties en schenkt onze lezers klare wijn in dit exclusief interview.

Het is allesbehalve een ruziënd koppel dat ik dinsdagochtend ontmoet in Sister Beans, een hippe koffiebar in de Mechelse binnenstad. Ingrid, getooid in haar gekende pastelkleuren en met haar onmiskenbare Scandinavische trekken, valt meteen op. Met koninklijke klasse nipt ze van haar Matcha latte en kijkt ze liefdevol naar man en zoon. Yannick, na een lange kerstbreak voorzien van een stevige, maar goedgetrimde baard, houdt zoon Magnus (twee druppels water!) op de schoot. Samen kijken ze naar Bumba op de smartphone. In het Nederlands, maar met Noorse ondertitels. Een internationaal voorbeeldkoppel in de Dijlestad. Naar verluidt wilde de burgemeester zelf de nakende verhuis tegenhouden.

YVDV: Dat is een van de vele indianenverhalen die de ronde doen. Uiteraard betekent de verhuis een stevige klap voor de internationale reputatie van Mechelen. De Financial Times plaatste deze stad vorige keer nog in hun top-10 van 'Europese steden voor de toekomst'. Dit jaar dreigt Mechelen logischerwijze zijn plaats te verliezen. De burgemeester sprak me hierover aan op de jaarlijkse jumping in de Nekkerhal. Een journalist stond toevallig in de buurt en de bal ging aan het rollen. Maar van een aanmoedigingspremie om toch te blijven, zoals ik her en der las, is nooit sprake geweest.

Maar het klopt dus dat jullie verhuizen?

YVDV: Wel, Ingrid en Magnus vertrekken effectief eind januari. Ikzelf ga in eerste instantie pendelen tussen Brussel en Oslo. En we zien wel waar het Vikingschap strandt (knipoogt). Maar ik wil hierbij meteen benadrukken dat deze beslissing in onderling overleg genomen is. (kijkt naar Ingrid en legt zijn hand op de hare) Hoewel we elkaar niet altijd even goed begrijpen, bespreken we àlle belangrijke zaken met elkaar. AL-LES.

U bent boos.

YVDV: (opgewonden) Ja. Kijk, ik begrijp dat het voor sommigen moeilijk te begrijpen valt dat we ons perfect ogend leventje hier zomaar opgeven. Mooi huis, allebei een goeie job, heel wat buzz op sociale media,...Mensen zien sprookjes niet graag abrupt eindigen. Maar dat Ingrid me voor het blok zou gezet hebben, is werkelijk uit de lucht gegrepen. Ik ben de voornaamste kostwinner en vertrek dus vanuit de sterkste onderhandelingspositie. Dat wil ik toch even duidelijk maken.

Ingrid, naar verluidt ga jij in Noorwegen vooral op zoek naar een betere balans tussen werk en familie? Weg van het gejaagde leven in Vlaanderen.

YVDV: (onderbreekt Ingrid nog voor ze een woord kan uitspreken) Laten we hier vooral geen negatief verhaal van maken. Ingrid heeft hier een erg mooie tijd gehad. Vooral dat jaar in onze luxeloft op de Vlaamse Kaai in Antwerpen zullen we nooit vergeten. We aten bijna wekelijks in de beste sushitempels van de wereld, likten aan de lekkerste gelato aan de oevers van de Schelde en vertoefden temidden van andere internationale koppels. Mensen die op dezelfde golflengte zitten. Maar met de komst van Magnus zijn er andere zaken belangrijker geworden. 
Het koppel in Antwerpse tijden. Naar eigen zeggen 'de gelukkigste periode van hun leven'.


Ingrid, het klopt dus niet dat jij het leven in de schaduw van Yannick, die hier een belangrijke job heeft, beu was?

IØ: (in bijna vlekkeloos Nederlands, met een erg schattig Noors accent) Yannick zorgt goed voor mij en Magnus. Maar in Noorwegen wordt het als hopeloos ouderwets beschouwd als de vrouw zich wegcijfert voor de carrière van de man. Mijn vriendinnen en familie stelden zich steeds meer vragen bij onze levensstijl hier. En terecht. Het is toch niet normaal dat sinds ik moeder ben mijn enige vorm van ontspanning 's avonds een uurtje Netflix is? Voor dat leven heb ik nooit gekozen.

YVDV: Ik denk dat Ingrid vooral bedoelt dat het leven meer is dan likes verzamelen op sociale media. Op dat vlak spant zij de kroon ten opzichte van mij, maar dat is duidelijk niet zaligmakend...Wat trouwens ook niet zaligmakend is, is het kakske dat onze Magnus net gedaan heeft. (hij heft zijn zoon omhoog en ruikt aan zijn pamper) Ingrid, schat, kan jij hem even verversen (Ingrid neemt Magnus over en stapt de trap op richting het toilet)

Bronnen binnen jouw familie suggereren dat het vooral Ingrid was die de verhuis forceerde.

YVDV: Tja, ik begrijp dat sommigen hiermee het vertrek willen vertragen. Zij zullen immers Magnus heel wat minder zien. Bovendien beschouwden velen Ingrid als een uitstekend tegengewicht tegen mijn gezonde portie cynisme.

Ingrid zou net voor dat - en ik citeer mijn bron - 'nietsontziend cynisme' wegvluchten.

YVDV: Ach, na drie succesvolle huwelijksjaren met mij én met Noors bloed in de aderen was Ingrid de gelukkigste vrouw in Vlaanderen. Nu wordt ze ook de meest weerbare vrouw van Noorwegen. Een stevige portie extra weerbaarheid kunnen ze in dat luilekkerland trouwens wel gebruiken als de olieconsumptie binnen enkele jaren wereldwijd helemaal opdroogt. (ondertussen is Ingrid, met een proper ververste Magnus, opnieuw aan tafel komen zitten).

Experten waarschuwen dat het gebrek aan aanwezigheid van een sterk vaderfiguur verstrekkende gevolgen kan hebben, vooral in de peuterjaren. 

YVDV: Daar ben ik me ten volle van bewust. Gelukkig bestaat er nu zoiets als Facetime. Dat komt in feite neer op een 'family on demand' (maakt het gebaar van tussen aanhalingstekens). Wanneer ik het tijd acht om mijn vaderrol uit te oefenen, dan haal ik simpelweg mijn smartphone boven. En als ik daar geen zin in heb, dan laat ik gewoon rinkelen. Neen, ik zie alleen maar voordelen bij deze verhuis.

Hoe zal u de vrijgekomen tijd 's avonds invullen?

YVDV: In de eerste plaats wil ik opnieuw op zoek naar mijn innerlijke stem. Hoezeer ik Magnus ook graag zie, door zijn onophoudend gejengel was ik die connectie met mezelf kwijtgeraakt. Net als mijn sixpack, die ik voor de zomer hoop in ere te kunnen herstellen.

U zal vooral in de bars op Place Lux vertoeven, vertelden verschillende van uw vrienden me. Met de broek op de enkels, hoorde ik zelfs meermaals.

YVDV: (laconiek) Dat kan. Een broeksriem is volgens de influencers op Instagram not done en zonder Ingrid denk ik niet dat ik 's avonds zelf aan het eten zal beginnen. Begrijpt u?

U bent er zeker van dat uw relatie stand zal houden.
 
YVDV: Hier komen we alleen maar sterker uit. Nóg sterker.(knipoogt naar Ingrid, die verzonken is in een reeks Snapchat-berichten) 

Yannick dankt me voor het gesprek, verlaat met Ingrid en Magnus de koffiebar en trekt de deur achter zich toe. Het nieuwe jaar in, met ingrijpende veranderingen voor het gezin.

Op zaterdag 27 januari lassen de Vanderveeren Vikings nog een kort persmoment in op de luchthaven van Zaventem. Daar kunnen de verzamelde media een laatste keer een foto nemen van Yannick, Ingrid & Magnus in Vlaanderen. In Noorwegen willen ze voluit genieten van hun schaarse tijd samen en hopen ze dat de pers 'hun privacy respecteert'.




20 december, 2017

Londen. Europese vibe, angelsaksische drive.

Londen. Het was al van een schoolreis in het vierde middelbaar geleden. Het enige wat ik me herinner is een rode cabine met de wazige letters TLPHN op. Op mijn vijftiende te ijdel om met een ziekenfondsbrilletje rond te lopen en nog geen studentenjob om lenzen te kopen. De geneugten van de grootstad gingen aan mijn vizier van -4.5 voorbij. Achttien jaar later achtte ik de tijd rijp om met mijn hoogwaardige daglenzen en designerbril het Kanaal opnieuw over te steken.

Vanaf dat je in St Pancras de kleine wijzer van jouw horloge een cijfertje terugdraait, voel je je polsslag versnellen. De energie die Londen uitstoot, grijpt je meteen bij het nekvel. Het verkeer is onophoudelijk druk, maar de stad is continu in beweging. Opzij, opzij, opzij. Maak plaats, bij voorkeur naar rechts. 

Stipte metrostellen vervoeren opeengepakt vee die elk op hun manier zullen uitgemolken worden. Vaak een uur onderweg. Het oliegeld uit Rusland en het Midden-Oosten versmacht de vastgoedmarkt in het centrum, maar zorgt voor een verdere opwaardering van het ooit verketterde East London. Wie als yuppie vanuit zone 2 zone 1 binnenreist, moet zich daar niet langer voor schamen.

Voor de introverten biedt Uber een uitstekend alternatief, buiten de spitsuren. Nauwelijks duurder dan de tube, hoogstens vijf minuten wachten. Met een mogelijke rondreis langs de oevers van de Thames in plaats van een botsing met een bezwete pendelaarsrug. Alles is in elk geval beter dan te voet gaan. Voetgangers krijgen vijf luttele groene seconden om de oversteek te wagen, zijstraten moeten het zonder zebrapad stellen. Opgejaagd wild. Maar eens op jouw bestemming doet Londen je pas echt naar adem happen.

Op Picadilly bijvoorbeeld. Stevige Britse billen dansen vanonder spannende jurkjes, steunend op stevige naaldhakken waar de Big Ben op zou passen. Lippen kleuren nog felroder dan de immense Coca Cola-reclame op de videowall.  Een open door policy in de tientallen danscafés, waar Beyonce's parfum de nakende visgeur op afstand houdt. En dan heb ik het niet over de fish & chips om 4u 's morgens. Swinging sixties op de hedendaagse tonen van Ed Sheeran en Justin Bieber. De voxpop schreeuwt zich schor.

Niet veel verderop, in wijken zoals Mayfair en Marylebone, schermen de poortwachters de paleisjes van de elite af. Betalen doe je overal zonder code, binnenkomen echter niet. Zonder lidkaart (oud geld) of reservatie (nieuw geld) geraak je de kaarsverlichte cocktailbars niet in. 

Het haardvuur knispert in harmonie met de vinylnaald. De tongval van het clienteel verschilt nauwelijks van die van het getitelde bloed dat aan de metershoge muren pronkt. Het Britse Rijk brokkelt verder af, het pond zakt verder weg, maar de grandeur van de hoogdagen hangt nog steeds in deze vertrekken. 

Klasse en opwinding vinden in Londen probleemloos hun plaats naast elkaar. Enkel met Londen als eindstation brengt een treinrit vanuit Brussel-Zuid je twee uur later in andere werelden. De vibe is onmiskenbaar Europees, de drive echter angelsaksisch. Het is de enige metropool in Europa waar de hele wereld samenkomt. Parijs, Berlijn, Rome. Provinciesteden waar de streektaal nog steeds het straatgeluid bepaalt. In Londen hoor je naast het sappige Engels van Indiërs, Pakistanen en Australiërs ook veel steenkoolengels, de lingua franca voor de mijnwerkers van vandaag. Tienduizenden Oost-Europeanen draaien - voorlopig nog - mee in de bouw en horeca. Londen ademt geschiedenis, maar is eeuwig in beweging.