21 augustus, 2018

Lokale kroegentocht

Andere Zuid-Europese immigranten hadden me gewaarschuwd. De hoge alcoholprijzen maken van de weg naar het Walhalla een barre en nuchtere bedoening in Noorwegen. Een pintje op café na het werk? Vergeet het.

Enkel de high potentials die hun dure pakken verslijten in prestigieuze advocatenkantoren en internationale consultancybedrijven, besteden hun toploon wel eens aan enkele vrijdagsbiertjes in de hoofdstedelijke havenbars op Aker Brygge. Weinigen durven te breken met de heilige regel om stante pede terug naar huis te keren.

Noren halen uit andere dingen hun plezier. Appelsientjes eten op de langlaufpiste, kaarsjes aansteken en Tesla's kopen. Zo nu en dan vinden ze toch een gelegenheid om buitenhuis te drinken. 

Zoals de aankomst van deze Vlaming, de enige in het dorp. Om de integratie in de buurt te bevorderen, nodigden drie andere prille vaders me uit voor een lokale kroegentocht.

Maar Heggedal beperkt zich net zoals elk ander Noors dorp tot een koffiebar, een kapper en een sushirestaurant. We moesten 10 kilometer verder naar Asker, een voorstad van Oslo.

Jammer genoeg bood er zich geen BOB aan. Ongetwijfeld wilde niemand nuchter zijn tijdens de ongemakkelijke stiltes wanneer deze buitenlander weer eens een grap niet zou begrijpen.

Nochtans zijn alcoholcontroles in Noorwegen even schaars als het aantal verkeersdoden. Maar door de strenge nultolerantie voor alcohol op de weg, riskeert niemand de cel voor een overprijsd biertje. Ook mijn nieuwe beste vrienden niet.

De trein dan maar, die op enkele minuten fietsen halte hield. Vier dertigers daalden hun berg af, op zoek naar zaterdagavondvertier. In matrozenpulls, beschermd door fietshelmen en met een opgeladen elektrische batterij. Get Ready 20 jaar later. Na de coming out en de Ethiopische kindadopties.

Drie treinstops later stapten we uit in Asker. Onze eerste kroeg werd een gloednieuwe sports bar waar 7 HD-tvschermen en evenveel senioren ons roerloos opwachtten. Enkel een besnorde zestiger in een jeansvest tokkelde nerveus op tafel en riep "Komop, komop, komop!"

De broers Ingebrigtsen - de Borlées van Noorwegen - liepen hun 5000m op het EK atletiek. Op het ene scherm al wat sneller dan op het andere. 

Omdat rondjes ook buiten Oslo peperduur zijn, bestelden we allen apart aan de toog. Terwijl ik om een simpele pint vroeg, spurtten twee van de drie broers als eersten over de meet. Goud en zilver voor Noorwegen.

De man met de snor brulde "Ja, ik heb gewonnen! 1000 kronen! Hoera voor Noorwegen!" Hij ging op jacht naar high fives met zijn linkerhand, omdat hij zijn rechterarm verloren had. 

Ik wilde zijn aandoenlijk eenarmig enthousiasme beantwoorden met mijn eerste Noorse high five. Maar met een pint in mijn rechterhand moest ik me helemaal strekken om zijn linkerhand te bereiken, waardoor ik mijn evenwicht op de barkruk verloor en m'n halve liter liet vallen.

"Godverdomme, 9 euro recht de vuilbak in. De gehandicapten kosten ook hier de samenleving handenvol geld," probeerde ik mijn gezichtsverlies met een kwinkslag te beperken. 

Mijn nieuwe beste vrienden staarden me allen met een holle blik aan. "Hey Yannick, in plaats van onze zwakkeren belachelijk te maken, bekijk deze lijst met Belgische bieren en haal er de lekkerste blonde uit," zei Anders.

Ik nam de kaart en zag enkel onbekende namen. "Deze bieren ken ik jammer genoeg niet," zei ik. "Dit zijn allemaal trappisten, daar ben ik geen grote fan van."

"Komaan, jij komt toch uit België?" vroeg Anders verbaasd.
"Wij hebben één wereldbekende pedofiel in België. Moet ik daarom alle pedofielen bij naam kennen?" beet ik van me af.

"Howoow, Yannick heeft nood aan wat Noors vrouwenvolk," lachte Vidar. "Laten we na dit rondje meteen naar The Forrester gaan, daar zit hopelijk wat jonger geschut."

"De Ringnes staat hier aan 2,5 kronen/cl. Dat is 0,6 kronen duurder dan in de andere bar," stelde Anders op de prijslijst van onze tweede kroeg vast.

"Maar waar voor ons geld krijgen we hier ook niet," zei ik, terwijl ik het halflege terras afspeurde.
"Enkel Oslo zal goed genoeg zijn voor onze Belgische city boy," grijnsde Vidar.

De tweede pint van de avond moest soelaas bieden. 
Helaas. Mijn Noors bleef te beperkt om de nuances van de gesprekken te vatten. Het terrasjesweer hield zich aan een strikte avondklok. En de vrouwen bleven even middelmatig. Ik had me iets anders voorgesteld bij een lokale kroegentocht.

"Volgende keer Oslo?" vroeg ik bibberend in een poging toekomstplannen te maken met mijn nieuwbakken crew. 

"Laten we die avond vooraf uittekenen," zei Anders. "In sommige wijken durven ze 3,6 kronen/cl vragen, kreeg ik net doorgesms't. Dan is bij mij de dorst al snel over."

"Ik denk dat ik stilaan aan de diesel begin. Die staat hier op 0,126 kronen/cl," zei ik.
De Noren keken elkaar aan en zochten in hun horloges een uitweg voor het ongemak. 
"Kwart voor elf. Laten we doorgaan, de bar sluit hier toch zo meteen," zei Thor.

Het Walhalla. Is het nog ver?

11 augustus, 2018

Gewenningsdagen op de Vikinggrond

Een nieuw land, een nieuwe crèche voor mijn 2-jarige zoon Magnus. Vorige maandag opende ik met aan de ene hand zoonlief en in de andere hand een minirugzak van Fjällräven gevuld met een frisse portie goede moed en een pet tegen de zon, de toegangspoort van 'Vikingjordet'. Dat betekent 'Vikinggrond', wat als een trainingskamp voor Noorse neo-nazi's klinkt.

De sfeer bij aankomst was niettemin erg vredevol. Vier volwassenen bekommerden zich in open lucht om een tiental peuters, die gezapig fietsten, voetbalden en op de Vikingscheepjes klauterden. Het verschil in decibels met een Belgische crèche, waar één volwassene negen schreeuwende baby's in een klein, doorleefd lokaal probeert te bedwingen, was direct hoorbaar. De Vikinggrond is geen voedingsbodem voor toekomstige aanstokers van gevangenisopstanden in Vorst.

Een steviggebouwde, maar vriendelijk ogende vrouw kwam ons begroeten. "Jullie moeten Ingrid & Yannick zijn," zei ze. "Ik ben Heidi, de verantwoordelijke van Vikingjordet." "En dit is ongetwijfeld Magnus," zei Heidi, terwijl ze hem over zijn witblond kopje aaide. "Kom even mee, dan toon ik jullie de kleedkamer en de eetruimte. De kleintjes zitten trouwens even binnen."

In de knusse kleedkamer hingen een twintigtal kapstokjes met groene, blauwe en rode regenjasjes en daarboven fotootjes van blanke, donkere en minder donkere kindjes. De nieuwe speelkameraadjes van Magnus heetten onder meer Haakon, Lise en Nasir. In de speelruimte maakten we meteen kennis met Nasir, die een geelrode dinosaurus in alle richtingen kantelde.

"Zet jullie maar op de grond, zo zijn we meteen het dichtst bij de leefwereld van onze kleine mensjes hier," zei Heidi. "Maar doe alsjeblief eerst jouw schoenen uit, zo doen we dat hier in Noorwegen," knipoogde ze naar mij.

Al snel kwam Nasir naar mij gewaggeld en overhandigde hij me zijn dinosaurus. "Nasir is erg sociaal, dat heeft hij ongetwijfeld van thuisuit meegekregen," lachte Heidi. "Dat zie ik," antwoordde ik met een krampachtig lachje, waarop ik de dinosaurus met een brulgeluid net niet in Nasirs linkeroogje plantte.

Nasir begon meteen te huilen. "Oei, dat lijkt me het signaal om te vertrekken," knipoogde ik naar Heidi. "Ik betaal godverdomme geen 3100 Noorse kronen per maand om hier op mijn kousen met een wildvreemde bleiter Jurassic Park na te spelen," siste ik tegen mijn vrouw.

"Alle psychologen raden aan om de eerste dag een uurtje te blijven," antwoordde Heidi. "Zo begrijpt Magnus dat dit geen eenmalig bezoekje is. Vele buitenlandse ouders denken dat 3100 kronen per maand hen een vrijgeleide oplevert om hun kind hier zomaar hele werkdagen te dumpen."
"Natuurlijk denk ik dat niet," stamelde ik.

"Het is een hele schok voor het kind wanneer je hem of haar uit zijn dagdagelijkse omgeving weghaalt en tussen alleen maar nieuwe mensen plaatst. Daarom geloven we sterk in het nut van enkele kortere inloopdagen, die de overgang moeten vergemakkelijken," zei Heidi.
"De overgang heeft bij juffrouw Heidi duidelijk zijn sporen nagelaten," fluisterde ik tegen Magnus.

Daar zat ik dan. De brute kennismaking met het concept 'tilvenning', oftewel 'gewenning'. Nog een oneinding lang half uur omringd door jengelbaby's en vechtende zebra's en olifanten. Het derde seizoen van Peaky Blinders moet tot vanavond wachten. Als Magnus dan eens wil doorslapen. "Wat een hopeloos gepamper hier," rolde ik met mijn ogen richting mijn vrouw.

Dag 2 verliep volgens hetzelfde stramien, wat ik probleemloos aanvaardde. Maar toen ik op dag 3 na een half uurtje aanstalten maakte om te vertrekken, hield Heidi me tegen: "Magnus is nog niet klaar, dat zie je toch? Het is belangrijk dat we zijn welbevinden centraal plaatsen."

Ik hield het niet meer. "En wat met MIJN welbevinden?" riep ik. "Ik zit hier al een maand IKEA-treinsporen aan elkaar te koppelen, waterballonnen dicht te knopen en schommels in gang te duwen. En dat tijdens de warmste zomer ooit in Noorwegen. Mijn geduld is op. Ik zie mijn kind graag, maar wat tijd zonder mij zal hem alleen maar helpen in zijn ontwikkeling."
"Wel, laten we morgen beginnen met een half uurtje zonder ouders," antwoordde Heidi.

Zoals beloofd, namen we op dag 4 na een kwartiertje afscheid van Magnus. "Perfect, dan gaan we even inkopen doen," zei ik opgewekt. "Dat kan deze namiddag ook nog," lachte Heidi. "De koffie in de personeelsruimte boven staat klaar. Van daaruit kunnen jullie Magnus perfect in het oog houden. Als hij te intens zou wenen, roep ik jullie."

"Wat een fantastisch land toch. 10 euro voor een pint, een snelheidslimiet van 80 en kinderen mogen niet wenen. Hier worden we zeker gelukkig," rolde ik met mijn ogen naar mijn vrouw.

Overtuigd dat Magnus het wel alleen zou redden, nestelde ik me met een koffie en de weekendbijlage van Aftenposten in de zetel van de personeelsruimte. Plots hoorde ik Magnus huilen. "Godverdomme, wat is daar aan de hand," gromde ik, terwijl ik naar het raam liep.

Magnus stond druk te wijzen naar Nasir, die verbouwereerd een bal in beide handjes vasthield. Ik stormde naar beneden en omhelsde een snikkende Magnus.

"Ik begrijp dat je bezorgd bent, maar je moet Magnus zijn ruimte laten," zei Heidi, die al naast ons stond. "Hoe wij - en vooral - jullie die ruimte zien, kunnen we tijdens ons evaluatiegesprek bespreken."

Een evaluatiegesprek? Het angstzweet brak me uit. Zal ik als ouder geëvalueerd worden? De Noorse staat deinst er niet voor terug om kinderen weg te halen bij slechte ouders. Met de kop tussen de schouders keerde ik terug naar mijn vrouw, die nog steeds in de personeelsruimte zat te wachten.

Zij stelde me echter meteen gerust: "Het wordt gewoon een goed gesprek over hoe wij en Magnus de gewenningsdagen beleefd hebben." "Moet ik eerlijk zijn," lachte ik. "Liever niet," antwoordde Ingrid zonder een spier te vertrekken.

Na een succesvolle vijfde voormiddag, waarin Magnus speelde, at én sliep alsof hij al jaaaren op de Vikinggrond leefde, volgde het aangekondigde evaluatiegesprek. Om niet te moeten liegen, besloot ik om mijn mond te houden. Dat lukte wonderwel goed, tot de slotvraag kwam.

"Wat verwachten jullie van ons," vroeg Heidi, terwijl ze haar papieren op tafel recht klopte.
"Ghoh, niet al te veel," antwoordde ik. "Dat jullie hem uit de criminaliteit en snuff movies houden. Ik weet dat dat laatste veel geld oplevert, maar jullie hebben toch ook zelf kinderen, nee?" Mijn vrouw plantte haar elleboog keihard in mijn zij.

"Excuus, in België hanteren we een ander soort humor. Ik hoop vooral dat Magnus elke ochtend met plezier naar hier zal komen. Dan kunnen we van een succes spreken," probeerde ik me krampachtig te corrigeren.
"Daar ben ik het absoluut mee eens," stelde Heidi. "Het is vooral belangrijk dat Magnus zich hier amuseert. Leren komt later wel."
"Zolang hij maar niet achterlijk wordt," dacht ik bij mezelf.

02 januari, 2018

Vanderveeren: "Verhuis vrouw en kind naar Noorwegen in onderling overleg"

Sinds de Viking Vanderveerens enkele weken geleden hun huis in Mechelen verkochten, gonst het van de geruchten dat zij Vlaanderen verlaten. Kwatongen beweren zelfs dat Ingrid en Magnus uit eigen beweging naar Noorwegen trekken en Yannick alleen achterlaten. Het gezin wil komaf maken met alle speculaties en schenkt onze lezers klare wijn in dit exclusief interview.

Het is allesbehalve een ruziënd koppel dat ik dinsdagochtend ontmoet in Sister Beans, een hippe koffiebar in de Mechelse binnenstad. Ingrid, getooid in haar gekende pastelkleuren en met haar onmiskenbare Scandinavische trekken, valt meteen op. Met koninklijke klasse nipt ze van haar Matcha latte en kijkt ze liefdevol naar man en zoon. Yannick, na een lange kerstbreak voorzien van een stevige, maar goedgetrimde baard, houdt zoon Magnus (twee druppels water!) op de schoot. Samen kijken ze naar Bumba op de smartphone. In het Nederlands, maar met Noorse ondertitels. Een internationaal voorbeeldkoppel in de Dijlestad. Naar verluidt wilde de burgemeester zelf de nakende verhuis tegenhouden.

YVDV: Dat is een van de vele indianenverhalen die de ronde doen. Uiteraard betekent de verhuis een stevige klap voor de internationale reputatie van Mechelen. De Financial Times plaatste deze stad vorige keer nog in hun top-10 van 'Europese steden voor de toekomst'. Dit jaar dreigt Mechelen logischerwijze zijn plaats te verliezen. De burgemeester sprak me hierover aan op de jaarlijkse jumping in de Nekkerhal. Een journalist stond toevallig in de buurt en de bal ging aan het rollen. Maar van een aanmoedigingspremie om toch te blijven, zoals ik her en der las, is nooit sprake geweest.

Maar het klopt dus dat jullie verhuizen?

YVDV: Wel, Ingrid en Magnus vertrekken effectief eind januari. Ikzelf ga in eerste instantie pendelen tussen Brussel en Oslo. En we zien wel waar het Vikingschap strandt (knipoogt). Maar ik wil hierbij meteen benadrukken dat deze beslissing in onderling overleg genomen is. (kijkt naar Ingrid en legt zijn hand op de hare) Hoewel we elkaar niet altijd even goed begrijpen, bespreken we àlle belangrijke zaken met elkaar. AL-LES.

U bent boos.

YVDV: (opgewonden) Ja. Kijk, ik begrijp dat het voor sommigen moeilijk te begrijpen valt dat we ons perfect ogend leventje hier zomaar opgeven. Mooi huis, allebei een goeie job, heel wat buzz op sociale media,...Mensen zien sprookjes niet graag abrupt eindigen. Maar dat Ingrid me voor het blok zou gezet hebben, is werkelijk uit de lucht gegrepen. Ik ben de voornaamste kostwinner en vertrek dus vanuit de sterkste onderhandelingspositie. Dat wil ik toch even duidelijk maken.

Ingrid, naar verluidt ga jij in Noorwegen vooral op zoek naar een betere balans tussen werk en familie? Weg van het gejaagde leven in Vlaanderen.

YVDV: (onderbreekt Ingrid nog voor ze een woord kan uitspreken) Laten we hier vooral geen negatief verhaal van maken. Ingrid heeft hier een erg mooie tijd gehad. Vooral dat jaar in onze luxeloft op de Vlaamse Kaai in Antwerpen zullen we nooit vergeten. We aten bijna wekelijks in de beste sushitempels van de wereld, likten aan de lekkerste gelato aan de oevers van de Schelde en vertoefden temidden van andere internationale koppels. Mensen die op dezelfde golflengte zitten. Maar met de komst van Magnus zijn er andere zaken belangrijker geworden. 
Het koppel in Antwerpse tijden. Naar eigen zeggen 'de gelukkigste periode van hun leven'.


Ingrid, het klopt dus niet dat jij het leven in de schaduw van Yannick, die hier een belangrijke job heeft, beu was?

IØ: (in bijna vlekkeloos Nederlands, met een erg schattig Noors accent) Yannick zorgt goed voor mij en Magnus. Maar in Noorwegen wordt het als hopeloos ouderwets beschouwd als de vrouw zich wegcijfert voor de carrière van de man. Mijn vriendinnen en familie stelden zich steeds meer vragen bij onze levensstijl hier. En terecht. Het is toch niet normaal dat sinds ik moeder ben mijn enige vorm van ontspanning 's avonds een uurtje Netflix is? Voor dat leven heb ik nooit gekozen.

YVDV: Ik denk dat Ingrid vooral bedoelt dat het leven meer is dan likes verzamelen op sociale media. Op dat vlak spant zij de kroon ten opzichte van mij, maar dat is duidelijk niet zaligmakend...Wat trouwens ook niet zaligmakend is, is het kakske dat onze Magnus net gedaan heeft. (hij heft zijn zoon omhoog en ruikt aan zijn pamper) Ingrid, schat, kan jij hem even verversen (Ingrid neemt Magnus over en stapt de trap op richting het toilet)

Bronnen binnen jouw familie suggereren dat het vooral Ingrid was die de verhuis forceerde.

YVDV: Tja, ik begrijp dat sommigen hiermee het vertrek willen vertragen. Zij zullen immers Magnus heel wat minder zien. Bovendien beschouwden velen Ingrid als een uitstekend tegengewicht tegen mijn gezonde portie cynisme.

Ingrid zou net voor dat - en ik citeer mijn bron - 'nietsontziend cynisme' wegvluchten.

YVDV: Ach, na drie succesvolle huwelijksjaren met mij én met Noors bloed in de aderen was Ingrid de gelukkigste vrouw in Vlaanderen. Nu wordt ze ook de meest weerbare vrouw van Noorwegen. Een stevige portie extra weerbaarheid kunnen ze in dat luilekkerland trouwens wel gebruiken als de olieconsumptie binnen enkele jaren wereldwijd helemaal opdroogt. (ondertussen is Ingrid, met een proper ververste Magnus, opnieuw aan tafel komen zitten).

Experten waarschuwen dat het gebrek aan aanwezigheid van een sterk vaderfiguur verstrekkende gevolgen kan hebben, vooral in de peuterjaren. 

YVDV: Daar ben ik me ten volle van bewust. Gelukkig bestaat er nu zoiets als Facetime. Dat komt in feite neer op een 'family on demand' (maakt het gebaar van tussen aanhalingstekens). Wanneer ik het tijd acht om mijn vaderrol uit te oefenen, dan haal ik simpelweg mijn smartphone boven. En als ik daar geen zin in heb, dan laat ik gewoon rinkelen. Neen, ik zie alleen maar voordelen bij deze verhuis.

Hoe zal u de vrijgekomen tijd 's avonds invullen?

YVDV: In de eerste plaats wil ik opnieuw op zoek naar mijn innerlijke stem. Hoezeer ik Magnus ook graag zie, door zijn onophoudend gejengel was ik die connectie met mezelf kwijtgeraakt. Net als mijn sixpack, die ik voor de zomer hoop in ere te kunnen herstellen.

U zal vooral in de bars op Place Lux vertoeven, vertelden verschillende van uw vrienden me. Met de broek op de enkels, hoorde ik zelfs meermaals.

YVDV: (laconiek) Dat kan. Een broeksriem is volgens de influencers op Instagram not done en zonder Ingrid denk ik niet dat ik 's avonds zelf aan het eten zal beginnen. Begrijpt u?

U bent er zeker van dat uw relatie stand zal houden.
 
YVDV: Hier komen we alleen maar sterker uit. Nóg sterker.(knipoogt naar Ingrid, die verzonken is in een reeks Snapchat-berichten) 

Yannick dankt me voor het gesprek, verlaat met Ingrid en Magnus de koffiebar en trekt de deur achter zich toe. Het nieuwe jaar in, met ingrijpende veranderingen voor het gezin.

Op zaterdag 27 januari lassen de Vanderveeren Vikings nog een kort persmoment in op de luchthaven van Zaventem. Daar kunnen de verzamelde media een laatste keer een foto nemen van Yannick, Ingrid & Magnus in Vlaanderen. In Noorwegen willen ze voluit genieten van hun schaarse tijd samen en hopen ze dat de pers 'hun privacy respecteert'.




20 december, 2017

Londen. Europese vibe, angelsaksische drive.

Londen. Het was al van een schoolreis in het vierde middelbaar geleden. Het enige wat ik me herinner is een rode cabine met de wazige letters TLPHN op. Op mijn vijftiende te ijdel om met een ziekenfondsbrilletje rond te lopen en nog geen studentenjob om lenzen te kopen. De geneugten van de grootstad gingen aan mijn vizier van -4.5 voorbij. Achttien jaar later achtte ik de tijd rijp om met mijn hoogwaardige daglenzen en designerbril het Kanaal opnieuw over te steken.

Vanaf dat je in St Pancras de kleine wijzer van jouw horloge een cijfertje terugdraait, voel je je polsslag versnellen. De energie die Londen uitstoot, grijpt je meteen bij het nekvel. Het verkeer is onophoudelijk druk, maar de stad is continu in beweging. Opzij, opzij, opzij. Maak plaats, bij voorkeur naar rechts. 

Stipte metrostellen vervoeren opeengepakt vee die elk op hun manier zullen uitgemolken worden. Vaak een uur onderweg. Het oliegeld uit Rusland en het Midden-Oosten versmacht de vastgoedmarkt in het centrum, maar zorgt voor een verdere opwaardering van het ooit verketterde East London. Wie als yuppie vanuit zone 2 zone 1 binnenreist, moet zich daar niet langer voor schamen.

Voor de introverten biedt Uber een uitstekend alternatief, buiten de spitsuren. Nauwelijks duurder dan de tube, hoogstens vijf minuten wachten. Met een mogelijke rondreis langs de oevers van de Thames in plaats van een botsing met een bezwete pendelaarsrug. Alles is in elk geval beter dan te voet gaan. Voetgangers krijgen vijf luttele groene seconden om de oversteek te wagen, zijstraten moeten het zonder zebrapad stellen. Opgejaagd wild. Maar eens op jouw bestemming doet Londen je pas echt naar adem happen.

Op Picadilly bijvoorbeeld. Stevige Britse billen dansen vanonder spannende jurkjes, steunend op stevige naaldhakken waar de Big Ben op zou passen. Lippen kleuren nog felroder dan de immense Coca Cola-reclame op de videowall.  Een open door policy in de tientallen danscafés, waar Beyonce's parfum de nakende visgeur op afstand houdt. En dan heb ik het niet over de fish & chips om 4u 's morgens. Swinging sixties op de hedendaagse tonen van Ed Sheeran en Justin Bieber. De voxpop schreeuwt zich schor.

Niet veel verderop, in wijken zoals Mayfair en Marylebone, schermen de poortwachters de paleisjes van de elite af. Betalen doe je overal zonder code, binnenkomen echter niet. Zonder lidkaart (oud geld) of reservatie (nieuw geld) geraak je de kaarsverlichte cocktailbars niet in. 

Het haardvuur knispert in harmonie met de vinylnaald. De tongval van het clienteel verschilt nauwelijks van die van het getitelde bloed dat aan de metershoge muren pronkt. Het Britse Rijk brokkelt verder af, het pond zakt verder weg, maar de grandeur van de hoogdagen hangt nog steeds in deze vertrekken. 

Klasse en opwinding vinden in Londen probleemloos hun plaats naast elkaar. Enkel met Londen als eindstation brengt een treinrit vanuit Brussel-Zuid je twee uur later in andere werelden. De vibe is onmiskenbaar Europees, de drive echter angelsaksisch. Het is de enige metropool in Europa waar de hele wereld samenkomt. Parijs, Berlijn, Rome. Provinciesteden waar de streektaal nog steeds het straatgeluid bepaalt. In Londen hoor je naast het sappige Engels van Indiërs, Pakistanen en Australiërs ook veel steenkoolengels, de lingua franca voor de mijnwerkers van vandaag. Tienduizenden Oost-Europeanen draaien - voorlopig nog - mee in de bouw en horeca. Londen ademt geschiedenis, maar is eeuwig in beweging.

11 november, 2017

Sterrenrestaurant

Als je een vrouw wil houden, moet je haar zo nu en dan eens verrassen. Dat geldt voor elke zichzelf respecterende vrouw. En zéker voor een trophee wife. Sleur en routine leiden bij deze keurgroep razendsnel naar een dure scheiding. Na maanden van hard kantoorlabeur en late thuiskomsten wist ik wat me te doen stond. Als succesvolle dertiger was de tijd rijp om mijn verveelde echtgenote, die stilaan de hotpants voor het mantelpak inruilt, naar een sterrenrestaurant mee te nemen.

Zo gezegd, zo gedaan. Dankzij een late afzegging kon ik alsnog een lunch versieren in 'Pure C', de met één Michelinster gelouterde eettent van Sergio Herman. 'Waar tattoos tot de setting behoren,' gaf de uitbaatster van een naburige B&B ons mee bij het vertrek. Klasse met een kantje af. Dat kon ik wel smaken, dacht ik.

Om zeker niet te laat te komen voor de belangrijkste lunch van ons leven, cirkelden we al drie kwartier voor het uur van reservatie als nerveuze aasgieren over de zeedijk in Cadzand. Een korte, maar hevige novemberbui later zag mijn vrouw er in haar nepbontjas als een uitgeregende zwarte raaf uit en bleek mijn haarlijn even ver geweken als de Noordzee van de promenade. Tot groot jolijt van de dagjestoeristen die zich verkneukelend in hun kaki kawees wegstopten.

Ik wilde godverdomme als King in the North met de veroverde Daenerys Targaryen aan mijn zijde het Walhalla van de belangrijke Noorderlingen betreden. Naar die glamoureuze intrede, waarbij ik al die dementerende industriëlen en hun stilaan uit de gratie vallende derde echtgenotes het nakijken zou geven, kon ik nu wel fluiten.

We overhandigden onze kletsnatte jassen aan de ingang en werden met het hoofd tussen onze schouders naar onze plaatsen geleid. De serveuse bood me voor het eerst in mijn leven een stoel aan, waarop ik met de nodige twijfels - moet mijn vrouw niet eerst gaan zitten? - neerhurkte. Stokstijf bleek ik wachten tot ze me naar de tafel schoof, wat echter niet gebeurde. Zo bleef ik een minuut lang als een levensloze potvis op het strand zitten. De loungemuziek leek even stil te vallen, tot ik mijn ellebogen op het witte tafellaken legde.

"Aperitief?" vroeg de serveuse. "Bubbels," zei m'n vrouw beslist. "Whisky," antwoordde ik. "Uiteraard," knikte de serveuse. "Wilt u straks ook passende wijnen bij elk gerecht?" "Doe maar," zuchtte mijn vrouw, voordat ik het aanbod kon afwijzen. Tot daar onze voorafspraak om enkel een glas wijn bij het hoofdgerecht te nemen en ons zeker niet aan het prijzige wijnassortissement ('we moeten allebei nog rijden') te wagen. Alcohol moest ons doorheen deze sterrenlunch loodsen.

In afwachting van het aperitief kwam een andere ober ons één bruin broodje brengen. Hij legde het in het midden van de tafel, voorzien van een korte uitleg in een zwaar Zeelands dialect. Mijn Noorse vrouw, wiens Nederlands eerder het niveau van Studio 100 benadert dan dat van Studio Herman Teirlinck, vroeg me of ik zijn uitleg begrepen had. "Niet helemaal, maar ik denk dat we gerust mogen beginnen," waarbij ik naar het ene broodje knikte.

Ze had haar mes nog niet in het broodje gezet of een andere ober kwam in grote paniek aangerend. "U kon niet wachten, nee? Hopelijk kunnen we dit nog redden." Het aangezicht van mijn vrouw schoot in hetzelfde rood als onze eerste aangepaste wijn. "Grooten honger precies," lachte mijn Aalsterse buurman, die duidelijk blij was dat niet hij de eerste fout tegen de etiquetteregels maakte. "Ze heeft deze ochtend speciaal niets gegeten om hier alles op te krijgen. Het zou zonde van het geld zijn, nietwaar," knipoogde ik naar hem. Het Brasschaatse koppel dat aan de andere tafel naast ons zat, keek ons meewarig aan en at verder in slow-motion.

Het eerste incident was maar net gesloten of we kregen bij het driedelig voorgerecht een driedelig bestek in een leren etui voorgeschoteld. Mijn vrouw, die opgegroeid is op het Noorse platteland en enkel met een hooivork overweg kan, keek vertwijfeld naar de andere tafels. "Niet kijken!" siste ik. "Ik zal van buiten naar binnen gaan, terwijl jij het omgekeerde doet. Zo heeft een van ons het toch zeker juist."

Een andere serveuse kwam de lege Zeeuwse platte oester met algen en rode biet afruimen, keek naar het bestek en zei tegen mijn vrouw dat ze de juiste volgorde moet respecteren. Gegeneeerd keek ik naar mijn Brasschaatse buurman: "Links en rechts, ze heeft er soms nog wat last mee. Dat blijkt ook uit haar stemkeuzes." Mijn toenaderingspoging tot deze conservatief  viel echter op een koude steen. "Tegenwoordig kom je echt alles tegen," zuchtte hij naar zijn vrouw.

De andere voorgerechten kwamen we gelukkig zonder kleerscheuren door. Maar toen een nieuwe ober plots met een scalpel de broodkruimels van tafel wilde vegen, viel ik door de mand. Ik stak mijn handen de lucht in en riep "Je te donne tout ce que j'ai!" De manager stond in twee tellen naast mij en vroeg of alles naar wens was. "Sorry mijnheer, maar ik kom uit een moeilijke wijk. Als ze met messen beginnen zwaaien, dan schiet ik in een kramp." Mijn vrouw begon stilletjes te snikken, waarop haar Brasschaatse buurvrouw de dédain van zich afwierp. Ze schoof naar het natte zitvlak van mijn vrouw en wreef troostend over haar rug.

De toestand stabiliseerde zich en het hoofdgerecht (heek met Zeeuwse schelpjes, aardpeer en mierikswortel) smaakte wonderwel lekker. "Neem je een foto van mij, schat, dan kan ik die straks op Instagram plaatsen?" vroeg mijn vrouw met iets wat op een glimlach begon te lijken. "Ik ben niet zeker of dat hier mag, ik heb niemand anders foto's zien nemen. Laten we tot na het dessert wachten, dan zijn we toch bijna weg," zei ik.

Ik vingerknikpte naar de serveuse en bestelde twee gewone koffies. "Eindelijk gaan we hier iets normaal krijgen. Of komen die koffiebonen ook recht uit de fucking Zeelandse natuur?" grijnsde ik naar mijn vrouw. Groot was mijn verbazing toen onze twee gewone koffies begeleid werden door een schelp. Daarin lagen verschillende lekkernijen verscholen tussen crumblekorrels die het lokale zand moesten voorstellen.

De uitleg wat je wel en niet mocht eten, ging volledig aan mij voorbij. Nietsvermoedend stak ik een zwarte steen, die een zwarte steen moest voorstellen, in mijn mond. Ik slikte...en begon te stikken. Mijn Aalsterse buurman begreep meteen de ernst van de situatie, nam me in een houdgreep en liet me de steen recht in de cognac van mijn Brasschaatse buurman uitstoten. "Je hebt mijn leven gered," stamelde ik. "Geen dank," zei de Aalstenaar. "Tijdens ons carnaval heb ik al gelijkaardige gevallen moeten behandelen."

In de lift naar de uitgang barstte mijn vrouw in tranen uit. "Wat scheelt er nu?" riep ik. "Je hebt een feestmaal van 300 euro binnen en ik leef nog." "Het is allemaal voor niks geweest," huilde ze. "Ik heb niets om op Instagram te plaatsen." Zo werd het sterrensluitstuk van een romantisch Allerheiligen-weekend een droevige lunch voor de Allerzieligsten.

01 november, 2017

Bumba is de Reus

De Reus van de Bende van Nijvel lijkt ontmaskerd. Eindelijk gemoedsrust voor de nabestaanden. Naast een robotfoto plakt er nu ook een echt gezicht op een van de gangsters die verschillende aanslagen in het bananenkoninkrijk België pleegden. Een andere gemaskerde Reus mag vandaag echter lustig verder terreur zaaien. Bumba, de 'ondeugende' clown van Studio 100. Deze bende, geleid door het meesterbrein van Gert Verhulst, maakt verkleed als kindervrienden al een decennium lang een hele generatie jonge ouders knettergek. En doodop, zodat we rond 22u 's het verstand op nul te zetten en languit in de zetel naar Gert Late Night gapen. Ik sta alvast op de rand van de afgrond. En u?

Dankzij de klassieke rolverdeling in mijn gezin staat mijn vrouw een half uur vroeger op met zoonlief Magnus. Zo krijg ik extra rust voordat ik aan een slopende werkdag begin. Maar daar denkt Bumba anders over. Vanaf dat zijn 'Maak een regenboog!' mijn slaapkamer binnensijpelt, stapelen de donderwolken zich op voor de rest van de dag. Geïrriteerd raas ik in mijn boxershort naar beneden, klaar om Bumba de mond te snoeren. Maar grijnzend kijkt zijn debiele Hollandse handlanger me aan en roept hij 'Handjes naar omhoog!'. De gijzeling is een feit. Ik kijk angstig naar m'n zoon die vol van bewondering doet wat Studio 100 ons opdraagt, daarbij lustig Bumbaaaaa! joelend. Zijn eerste verstaanbaar woordje. Het Stockholm-syndroom heeft hem zwaar te pakken.

Het is onbegrijpelijk dat Bumba overal een podium krijgt. Zijn 'wasdanau' is onmiskenbaar Antwerps dialect en tast de basiskennis Nederlands van onze jongste generatie Vlamingen aan. Verder wemelt het van de vooroordelen in zijn theatershows: Aziaten hebben spleetogen en ze eten met stokjes, en het is koud op de Noordpool. En blijkbaar glad, want Bumba en zijn debiel helpertje glijden zo nu en dan eens uit. Maar die onderbroekenhumor begrijpen onze gepamperde peuters nog niet. Die pijnlijke stilte is het enige moment waarop ik even kan ademen. Tot een rokende eskimo de lucht verziekt.

Gelukkig neemt Telenet als eerste zijn verantwoordelijkheid en stopt het vanaf januari met deze terreur tegen de ouderlijke trommelvliezen. Geen dag te vroeg. Bumba wil een hersenloze maatschappij installeren met hyperkinetische en goedgeluimde burgers, die een halfbakken Nederlands uitstoten en de wereld benaderen in achterhaalde stereotypen. Het is een geruisloze staatsgreep van Studio 100, die drijft op het onschuldige enthousiasme van onze allerjongsten. Want dat is de sleutel tot hun succes. We doorstaan dit spervuur aan vreselijke bagger, omdat het een glimlach op het gelaat van ons nageslacht tovert. Omdat we starend naar onze smartphone zelf geen gekke bekken meer trekken, besteden we het vertier uit aan een criminele bende. Met desastreuze gevolgen.

Toen ik klein was, gingen we één keer per jaar naar het circus. Daar zat ik op een knus houten bankje in een warme tent gedisciplineerd naar het spektakel te kijken, waarna ik voldaan naar huis reed op de achterbank van papa's Golf 1. De rest van het jaar bracht TikTak en een scheutje cognac in mijn Joyvalle-melk rust in mijn groeiend hoofdje en in onze woonkamer. Vandaag woont de clown permanent bij mij thuis en knettert zijn kazoo continu. Het sluiten van het rode gordijn werkt immers als een rode vod op het gemoed van Magnus, die dan begint te jammeren als een Arabische weduwe. Ontroostbaar. Tot hij nog eens mag kijken. Helemaal vanaf het begin. Zo staren we op zondag soms wel vijf keer naar 'Bumba op Reis' en mag ik de namiddagtopper in het vaderlandse voetbal 's avonds laat bekijken. Zonder geluid, als ik tegen dan nog wakker ben.

Bumba heeft mijn huis ingepalmd en mijn leven vernietigd. Wanneer ik als goede en moderne vader tijd wil doorbrengen met Magnus, weet ik dat de gemaskerde Reus er zal zijn. En blijf ik uit zelfbehoud vaak doelbewust weg. Net zoals onze ouders in de jaren '80 niet langer naar de Delhaizes durfden. Zo nu en dan droom ik dat ik tijdens Bumba op Reis van achteruit de zaal instorm en met een mitrailleur Bumba & co van de bühne maai en al te enthousiaste ouders ook van de kogelregen laat proeven. Maar dan schiet ik wakker en besef ik dat de nachtmerrie verder duurt. Wie ontmaskert Bumba? Wie houdt deze Reus weg van onze kinderen? Dat lijken me prangendere vragen dan een verjaarde za(a)k van dertig jaar geleden.

10 april, 2017

Nooit meer Tommeke, Tommeke, Tommeke

Liefste zoon,
Liefste Magnus,

Gisteren keken we samen naar de laatste koers van Tom Boonen. Bij mijn oma, jouw bomma. Al hoort ze dat laatste niet graag. 'Bomma klinkt zo oud,' zegt ze dan met een beteuterd gezicht. Datzelfde beteuterd gezicht verschijnt wanneer ze de lange lijst met memorabele koersen die jouw vader en zij samen gevolgd hebben, begint te overlopen. Haar reeks start immers steevast met de dood van Fabio Casartelli in de Tour van 1995. Bloed in de Pyreneeën. Het losse wielerpetje werd definitief ingeruild voor een serieuze valhelm.

De frons op haar voorhoofd blijft wanneer de Festina-ploeg de revue passeert. 'Ik heb het altijd vreemd gevonden dat ze zo snel over die bergen reden.' Maar snel klaart haar gezicht op wanneer ze Johan Museeuw aanhaalt. 'De Leeuw van Vlaanderen', zegt ze met het vuur brandend in haar gitzwarte ogen, waarop ze recht naar Tom Boonen springt. Naar Madrid 2005, meer bepaald. Heel Vlaanderen verlangde al bijna een decennium lang naar een wereldkampioen, sinds de Leeuw in Lugano met het schuim op de mond de Vlaamse honger stilde.

Bettini-Boogerd-Vinokoerov. Op vijf kilometer van de Madrileense meet was er aan de kop geen Vlaming te bespeuren. Het signaal voor oma om de frietketel te gaan opwarmen. 'Weer niets voor ons,' zei ze met een zucht terwijl ze de stekker instak. Maar dat was buiten Peter Van Petegem gerekend, die Boonen alsnog naar de kopgroep bracht en mijn oma terug naar de living... 'Tom Boonen op 1, Tom Boonen op 1, Tom Boonen is wereldkampioen!' overstemde Michel Wuyts vijf minuten later het geborrel van de frietketel. Ingedommelde Vlaamse mannen hervonden massaal de lippen van hun huisvrouwen, die als één blok voor de stronken van de Bom uit Balen vielen. Ten huize oma & opa juichten we voor de kersverse wereldkampioen en lachten we om de verbrande kroketten. Het kippenvel hadden we immers net gehad.

Tom Boonen is wereldkampioen... Man toch, wat was die herfst van 2005 mooi! De blijde boodschap van Wuyts knalde in een remix van Virtual Zone door alle Vlaamse studentencafés. Dj’s die de originele versie draaiden, werden de hel toegewenst door de regenbooggekke studenten. Ook in het Leuvense Huis der Rechten waar jouw vader vaste klant was, met de linkerelleboog op de plakkerige toog en het geribbelde Limburgse bierglas in de rechterhand. Die stoere pose werd enkel onderbroken door plaspauzes en het muzikale eerbetoon aan Boonen. Dan schoof ik van de barkruk, leunde achterover tegen de toog en bracht m'n rechterarm op en neer. Tommeke, Tommeke, Tommeke! Cristalnachten die als minderwaardige pol & soccer vaak in stukgeslagen dromen eindigden, maar waar de Boonen-beats voor een hoogtepunt zorgden.

Boonen vormde bijna vijftien jaar lang omstreeks de klok van vijven een mogelijke remedie tegen ontgoochelende nationale voetbaluitslagen. Won hij de Ronde, Parijs-Roubaix of de Scheldeprijs, dan smaakte een Brugse nederlaag al wat minder bitter en voelde de helling met de fiets op weg van oma naar huis een pak minder steil aan. Met de handen bovenop het stuur waande ik me Tornado Tom. Tot het huiswerk voor de ochtend nadien me tien kilometer verder opwachtte.

Nooit meer Tommeke, Tommeke, Tommeke... Het leven raast me even snel en hobbelig voorbij als Boonen dat vier keer op Carrefour de l'Arbre deed. Maar met jou op de schoot, Magnus, heeft een nieuw idool zich al twee maal prominent aan ons getoond. Greg Van Avermaet solliciteert nadrukkelijk voor jouw eerste heldenrol. Al leveren de zegegebaren van de Waaslandwolf gevolgd door mijn vreugde-uitbarstingen voorlopig enkel huilbuien op. Koers is emotie. Dat heb je alleszins al goed begrepen, zoon.